Al meer dan tien jaar is GeenStijl een van Nederlands meest spraakmakende weblogs. Vol branie kondigt het medium aan “tendentieus, ongefundeerd & nodeloos kwetsend” te zijn. Men komt op voorhand met gestrekt been in, om mensen alvast de lust van het klagen te ontnemen. De lijst met boze brieven en mails is lang. Wie door GeenStijl wordt aangepakt kan beter stilzitten, want er wordt flink geschoren. Maar in hoeverre maakt het medium haar strijdkreet waar? Uit men werkelijk ongefundeerde kritiek om nodeloos te kwetsen?

In feite niet. Men kan zich ergeren aan de verpakking en de hyperbolen. Een politicus die wat zaken niet zo handig aanpakt, heet al gauw een spoor van vernieling aan te richten. En wie een bevoogdend of moraliserend opiniestuk in een landelijke krant schrijft, kan er ook op vertrouwen onder de knieën te worden afgezaagd. Wie echter voorbij deze stijlfiguren kijkt ziet een functioneel medium dat (meestal) werkelijk problemen aan de kaak stelt. Zo werden de daders van een geweldincident in Eindhoven snel gevonden dankzij GeenStijl. Ook pleit het voor GeenStijl dat men niemand naar de mond poogt te praten. Ook de eigen leden, zogeheten reaguurders, niet. In een medialandschap waar écht onafhankelijke media steeds schaarser worden is het weblog GeenStijl vooral iets dat gekoesterd moet worden.